Behandelingen op de Intensive Care

Printervriendelijke versie

Op de Intensive Care gebeurt veel. Patiënten liggen aan de beademing en hartbewaking, krijgen vocht en medicijnen toegediend via meerdere infusen en krijgen soms dialyse. Daarnaast worden veel onderzoeken verricht.

Hieronder een opsomming van de meest voorkomende behandelingen op de IC:

Bewaking
De monitor geeft meetwaarden weer over hartslag, bloeddruk, zuurstofgehalte van het bloed, effectiviteit van de beademing en soms de functie van het hart en de temperatuur. Elk getal op zichzelf heeft geen betekenis maar het gaat om de interpretatie van al deze gegevens samen die iets kan zeggen over de patiënt. De bewakingsmonitor staat gevoelig afgesteld, wat betekent dat er vaak alarmen afgaan ook als er nog niet persé iets ernstigs aan de hand is. Laat u zich niet teveel afleiden door alle getallen en piepjes, omdat dit vaak onnodige onrust teweeg kan brengen. Laat u zo nodig inlichten door de verpleging.

Beademing
De beademingsmachine neemt het ademhalen over van de patiënt als deze dat zelf niet meer kan. Dit is geen behandeling op zich, maar ondersteuning ter overbrugging van de ziekte, tot de patiënt weer beter wordt. Met de beademingsmachine kan de patiënt ook zelf ademen en hierbij geholpen worden. De beademing gebeurt via een mondkapje of een beademingsbuis in de luchtpijp, meestal dat laatste. Hierdoor kan de patiënt niet praten. Hoesten wordt ook lastiger, zodat de patiënt soms geholpen moet worden door middel van uitzuigen met een slangetje.

Infusen
Vaak is er een infuus in een slagader ingebracht (arterielijn) om makkelijk bloedafnames te kunnen doen en de bloeddruk continu te kunnen meten. Verder zijn er infusen ingebracht om vocht en medicijnen toe te dienen. Soms zit een dikker infuus in de hals, onder het sleutelbeen of in de lies, omdat sommige medicatie niet over een klein infuus mag worden gegeven.

Dialyse
Bij ernstig zieke patiënten kunnen de nieren soms (tijdelijk) uitvallen. In sommige gevallen stapelen zich giftige afvalstoffen of vocht zich dermate op, dat de patiënt hierdoor in gevaar komt. In zo’n geval wordt gestart met dialyse. Hierbij wordt een nieuw, dik infuus geplaatst waardoor het bloed uit de patiënt wordt genomen, via het dialyseapparaat wordt gefilterd met eventueel uitnemen van vocht en rest van het bloed daarna weer terug wordt gegeven aan de patiënt.

Voeding
Als mensen heel erg ziek zijn, heeft het vaak in het begin nog niet veel zin om veel voeding toe te dienen; het kan zelfs nadelig werken. Soms wordt daarom in het begin gewacht met voeden. Zodra wij dit veilig achten, wordt gestart met voeding. Indien patiënt niet kan slikken (bijvoorbeeld als hij of zij aan de beademing ligt), wordt een maagsonde ingebracht via de neus of de mond, waarover voeding kan worden gegeven. Als om wat voor reden voeden via de maag of darmen niet mogelijk is, kan voeding worden gegeven via het infuus. Meestal hoeft dit pas na enkele dagen geen voeding te hebben gekregen. Omdat dit de darmen niet stimuleert, proberen we echter altijd eerst voeding te geven via de natuurlijke weg, namelijk via het maagdarmkanaal.

Terug